Verbranding

Een blik in het vuur op het verbrandingsrooster.

Verbranding

Twee identieke stoomketels vormen de belangrijkste delen van het verbrandingsproces. Niet alleen wordt hier het afval verbrand, maar tevens wordt hier ketelwater omgezet in 465 graden Celcius oververhitte stoom.

Het feitelijke verbrandingsproces vindt plaats op bewegende roosters. Het afval wordt met een hydraulische schuif vanuit de trechter op het rooster gedrukt, waarna het langzaam naar beneden beweegt zodat in ongeveer twee uur tijd het afval helemaal verbranden kan. De verbrandingslucht wordt via de onderkant ingeblazen. Met behulp van achttien automatisch geregelde kleppen voor de luchttoevoer wordt het vuur in de ketel zo constant mogelijk van temperatuur en tenminste boven de 850 graden Celcius gehouden. Een paar meter boven het verbrandingsrooster is in de vuurhaard een prismabalk (FCC) ingebouwd. Deze zorgt voor extra turbulentie van de rookgassen in de 1e trek van de ketel. Hiermee wordt een meer homogene naverbranding en een zeer laag koolmonoxide (CO) gehalte gerealiseerd.

De verbrandingsroosters zijn vanwege de hoge temperaturen voorzien van waterkoeling. De hier ontstane warmte wordt teruggevoerd aan de stoomkringloop. Dit draagt bij aan het hoge totaalrendement van de installatie.

Vanuit de vuurhaard, waar de verbranding plaatsvindt, passeren de rookgassen de drie stralingszones van de ketel.